Zelfgeschreven verhalen

TERUG CONTACT

 

Sinds een aantal jaren heb ik eigen paarden. Ik doe de meeste dingen anders dan de meeste mensen en moest een hoop leren en zelf uitzoeken. In deze verhalen beschrijf ik situaties die ik heb meegemaakt. Ter lering en vermaak!
  1. Voortschrijdend inzicht
  2. Schaapjes tellen
  3. Petra's verhaal: paarden tellen
  4. Petra's verhaal: Foxy en de wegafzettingen
  5. Afscheid van Charly
  6. Ode aan de onbekende merrie
  7. Julia, de zeer vastberaden Shetlander
  8. Puzzeltje
  9. Natuurlijk Paardleiden versus traditioneel paardrijden
  10. Schuilstal
  11. Verantwoordelijkheid
  12. Het nemen van een sprong volgens Vidar en Donna
  13. Paarden onder het viaduct
  14. Gigi en gedrag spiegelen
  15. "Doe nooit, maar dan ook nooit het halster af"
  16. Mijn eigen verhaal: van manegeruiter naar paardenhouder

Voortschrijdend inzicht

Menigeen zal vinden dat mijn paarden er mooi bij staan. Daar ben ik het natuurlijk mee eens. Een stabiele groep paarden met een paddock met betonplaten en zand, een zandbult om op te liggen, een schuilstal, weilanden, ruwvoer en een taak. Een taak is belangrijk voor gedomesticeerde paarden omdat ze niet kunnen doen wat ze van nature graag doen: zich voortplanten en in familie-verband leven. Ik spreek niet van een kudde, omdat ze elkaar niet uitgezocht hebben. Dat heb ik voor ze gedaan.

Toen ik tien jaar geleden verhuisde van Amsterdam naar Midden-Drenthe wilde ik niets liever dan mijn eigen paarden, die ik tot dan toe nooit gehad had, het leven geven dat in Amsterdam niet mogelijk was. Geen stallen, geen ijzers, geen hardhandige behandeling, geen bix… Hier mocht ik het grotendeels zelf bepalen. Het duurde een paar jaar voordat het helemaal op orde was, maar sindsdien is het dan ook een begerenswaardige paardenplek. Regelmatig krijg ik paarden aangeboden, omdat mensen wensen dat hun paarden op deze manier mogen leven.

De laatste tijd, dat krijg je nou eenmaal als je zo’n periode van tien jaar in retrospectief beschouwt, krijg ik een wat ander gevoel over deze manier van paardenhouden. Vergeleken bij de situatie waar ik uit kwam is mijn paardenplek een geweldige vooruitgang. Maar dat is vanuit mijzelf bekeken. De paarden staan nog steeds op een plek waar ze niets zelf kunnen bepalen. Wat ze eten, wanneer ze eten, wanneer ze naar buiten mogen, wanneer ze met andere paarden kunnen omgaan, dat bepaal ik allemaal.

Vandaag heb ik pas voor mezelf kunnen doorgronden waarom ik vaak paarden heb, die dingen hebben meegemaakt. Ik begin nooit aan paarden die “af” en gelukkig en opgevoed zijn. Ze hebben een verleden, met bijbehorende schade. Ik denk dat ik dat doe als excuus. Deze paarden krijgen het bij mij zoveel beter dan ze het gehad hebben. Ze krijgen de kans weer paard te worden. Te leven in een mooie groep, buiten en met een taak. Zo vergoelijk ik voor mezelf het feit dat ze eigenlijk nog steeds in een gevangen situatie moeten leven.

Op basis van de gedachte dat paarden, ook bij mij, in een compromis-situatie leven, heb ik het mijn missie gemaakt om zo goed mogelijk met de paarden te leren “communiceren”. Niet in woorden natuurlijk, maar in de taal die paarden onderling gebruiken. Lichaamstaal gecombineerd met een aantal geluiden variërend van net hoorbaar uitademen en wegkijken tot luid hinniken en stampen. Praten is niet het goede woord. Ik probeer vooral te kijken, te luisteren en te reageren.

Mijn onlangs overleden “eerste paard” die helemaal niet van mij was, maar die ik wel als zodanig mocht beschouwen was de basis van dit alles. Hij kwam met mij mee van de stal in Aalsmeer waar ik hem van kende en mocht bij mij met pensioen gaan. Hij dacht daar zelf anders over. Pensioen was niet wat hij in gedachten had. Nadat hij zich het buitenleven had eigen gemaakt en de eerste Drentse winter “overleefd” had begon hij aan een doorstart die niemand voor mogelijk had gehouden. Ik had hem beloofd dat hij alles mocht en niets moest en dat ik zou doen wat hij nodig had. Hij moest leren aan mij aan te geven wat hij wel en niet wilde. Dit was een extravert paard, handig voor “beginner” als ik; hij was superduidelijk. Doordat ik op ieder dingetje van hem reageerde leerde hij al gauw dat hij me alles duidelijk kon maken. Van “ik wil eten”, “jaaaa, knuffeltijd” en “zet me in de wei” tot “genoeg voor vandaag, ga maar weg”. De conversatie was vaak ook subtiel. Een precieze plek aanwijzen om gekriebeld te worden, beginnende ongerustheid over iets en de boodschap dat deze mens (een klant van mijn bedrijf) misschien nog niet op een paard moet gaan zitten. De dag dat hij aangaf dat het nu toch wel tijd was geworden om met pensioen te gaan, heb ik hem uit de lessen gehaald. Van zijn 19e tot zijn 27e heeft hij menigeen leren rijden. Niet dat het daarna over was met de aandacht: zijn schuilstal staat precies zo dat iedereen bij het betreden van het terrein eerst langs hem moest met een hapje, een knuffel of een vriendelijk woord. Hij mocht bijna 29 worden!

Met mijn overige vijf paarden ben ik nu aan het doorschakelen naar een nog hoger niveau van communicatie. Helemaal vanuit de belevingswereld van het paard. Subtiel, doordacht, duidelijk. Daarover later ongetwijfeld meer…

Schaapjes tellen

Behalve een goede paddock met schuilstallen heb ik ook de gelukkige beschikking over twee weilanden van ieder zo'n 4000 m2. Eentje is aangrenzend aan de paddock. Met een zelfgemaakte brug van bielzen over een sloot en een degelijk klaphek. Die wei noemen we de zomerweide. Het is eigenlijk de helft van een weiland; de andere helft is van een buurman. Halverwege staat een afzetting met draden en stroom. Op de helft van de buurman gebeurt doorgaans niet veel. Het wordt gebruikt om hooi mee te produceren voor de winter. Dus af en toe komt er een trekker om te bemesten, te maaien, te keren of pakjes te maken. Meer niet. Rust. Weids uitzicht. Een briesje. Tot een paar dagen geleden.

Ik kwam thuis aanrijden met de auto en zag de schaapsherder uit Orvelte. Ik bedacht me dat ik die eerder die middag al had gezien. Het ziet er geweldig uit als de herder op stap is. Hij en de hond lopen voorop, de kudde schapen volgt, hier en daar een grasje snaaiend. Hapje, stapje. Dat concept kennen mijn paarden ook. Maar ik had me niet afgevraagd waar ze heen gingen. Naar ons dus. Zo'n 50 schapen werden op de buurwei gelaten en twee mannen gingen in alle rust een goede omheining neerzetten met een stroomklok op zonne-energie. De stroomklok valt niet zo op maar het zonnepaneel is een groot blad op een lange steel. Toen ik uit m'n auto stapte hoorde ik de paarden snuiven (dat is het geluid dat ze maken bij onraad). De hoofden hoog en alle spieren gespannen. Ik vergeet er bij te zeggen dat de paarden in de paddock stonden. Een goede, zeg, 30 meter van de schapen vandaan, maar wel binnen hun gezichtsveld. Ik heb de paarden gevoerd omdat het voertijd was. Een deel op het voerperron en een deel in de schuilstal (vlak bij de wei). Toen ik 's avonds weer ging voeren zag ik dat het hooi in de schuilstal er nog lag. Ik heb weer op het voerperron en in de schuilstal gevoerd en de volgende ochtend ging ik kijken. De paarden waren rustig maar stonden nog steeds naar de schapen te kijken. Hadden ze de hele nacht schapen geteld? Dat heeft ze dat niet geholpen om lekker te slapen in ieder geval. Grapje natuurlijk, want paarden hebben geen dag/nacht-ritme zoals wij. Ze doen gedurende een etmaal haze-slaapjes, meestal staand. Af en toe gaan ze languit liggen, om diep te kunnen slapen. Evolutionair gezien waren ze zo het minst kwetsbaar voor roofdieren.

Ik besloot ze op de wei te laten en het tafereel gade te slaan. Ik had hooi op de wei gelegd omdat het weer etenstijd was (paarden eten het grootste deel van de dag laag energetisch ruwvoer). Donna ging meteen naar het hooi om te eten. "Schapen, boeien? Leek ze te zeggen. Vidar rende heen en weer langs het draad, hoofd hoog en snuivend. Cindy liep er achteraan, maar ik had de indruk dat ze best gehoor wilde geven aan Vidar's opwinding, maar dat zij dat zo niet voelde. Foxy, die hier nog maar een paar maanden woont en van een traditionele pensionstalling komt, rende mee met Vidar en Cindy. Maar wel met Vidar en Cindy tussen haarzelf en de schapen in. "Dan zou ze in ieder geval niet als eerste "opgegeten" worden. Vidar kalmeerde al snel en ging eten. Cindy wilde het spelletje nog wel even met Foxy spelen. Ze gedroeg zich al heldin. Makkelijk natuurlijk, als je zelf niet bang bent.

Even voor het visuele aspect: Cindy is 1 meter 17 hoog en Foxy 1. 57 meter. Grootte zegt dus niets over dapperheid in deze kudde. Cindy ging ook eten. Maar Foxy niet. Ze heeft het grootste deel van de dag over het draad heen staan kijken. Drie schapen stonden aan de andere kant naar haar te kijken. Ik vermoed dat zij de schaapskudde moesten beschermen tegen dat "enge" paard.

De volgende dag liet ik de paarden weer op de wei. Ik keek nauwelijks toen ze erop renden. De schapen waren immers oud nieuws. Ja, dat klopt, maar de herder had de stroomklok verplaatst. Alle opwinding begon weer opnieuw.

Het gekke is dat we in ieder geval wekelijks op pad gaan. We komen dan de gekste en engste dingen tegen. Mijn paarden schrikken nergens van. "Bomproef" wordt dat genoemd. Zouden ze de schapen gewoon gebruiken als verzetje?

Petra's verhaal: paarden tellen

Het zal de leeftijd wel zijn of de tijd van het jaar... Maar nee, het is gewoon wie ik ben.
Al vanaf kind ben ik goed in piekeren in bed. Hoe moe ik ook ben.
Al ben ik gesloopt, dan nog gaat mijn brein aan de haal met allerlei gedachten, zorgen, herinneringen. Meestal niet de meest opwekkende. En dan maalt het eindeloos rond.

Melk, schaapjes tellen, kopje kruidenthee, wel of geen warme douche, vast tijdstip om naar bed te gaan en nog vele andere trucjes heb ik geprobeerd allen zonder resultaat.
Het malen gaat gewoon door.

Sinds een tijd breng ik tijd door met de kudde van Sylvia. Ik leer veel van hen, ook over mijzelf. Ze geven mij allemaal heel veel. En precies dat wat ik nodig heb. Hoe knap is dat! En wat een geschenk om te ontvangen!

En zo kwam ik op het idee om mijn dag af te sluiten met de kudde. Het proberen waard.
Lekker nestelen in bed, ogen dicht, ademhaling regelen en bewust mijn gedachten leiden naar de kudde. En ja hoor, daar zie ik Cindy met haar lieve kleine koppie. Fox met haar mooie zachte ogen. En Vidar, die nog even een lekkere krabbelsessie wenst voor ik in slaap val. Maar ook Donna, Julia en Joya geven nog een nachtzoen. En daar glijd ik weg in een diepe slaap.

Dit werkt voor mij. En dat is in mijn ogen echt bijzonder. Hoe je met de kudde zoveel kunt bereiken. Zelfs op afstand.

Petra's verhaal: Foxy en de wegafzettingen

Op een druilerige vrijdagochtend, mag ik met Sylvia, Jutter en Foxy naar het bos. Twee vrouwen, een hond en een paard.
Voor Foxy is het zonder een soortgenoot toch best even spannend. Zo alleen weg van de kudde is best een onderneming. Maar met geduld en aanmoediging lukt het heel goed en al snel loopt zij opgewekt mee.
Tot we iets tegenkomen dat in haar belevingswereld nog geen enkele rol heeft gespeeld. Foxy staat stil, hoofd hoog, ogen gespannen kijkend naar het object waar zij zo voor op haar hoede is.
Wij kennen ze maar al te goed. Rood-wit gestreepte waarschuwingsborden in verband met wegwerkzaamheden. Geplaatst op een zwarte voet en ongeveer 150cm hoog en 40cm breed.

Op dat moment bedenk ik mij dat voor Foxy dit iets nieuws is. En zij niet kan inschatten of het eventueel een gevaar kan opleveren voor haar. En dat is als kudde-/prooidier toch echt wel heel belangrijk, om te kunnen inschatten of een object of situatie gevaarlijk kan zijn.
En wij als mensenkinderen hebben dit toch ook moeten leren van onze opvoeders?

Foxy staat ondertussen nog steeds stil. Dit is eng en ik ga niet verder, zegt zij met haar blik en lichaam. Het halstertouw is lang en ik loop naar het bord toe, raak het aan en moedig haar aan om een kijkje te komen nemen.
Behoedzaam zet Foxy stapjes richting het bord, nek nog gestrekt om de afstand zo groot mogelijk te houden. En langzaam maar zeker verkleint zij de afstand door kleine stapjes richting het enge ding te doen.
We belonen haar met woorden en een traktatie. Opgelucht loopt ze verder.....maar daar staan nog meer van die rare dingen. Dus we herhalen deze oefening. En nu raakt ook Foxy het bord aan met haar neus. Beloning en traktatie volgen.
Het derde bord is nog steeds een beetje eng, maar niet voor lang. Beloning en traktatie.
Bord vier....Foxy staat in dubio. Moet ik dit nog eng vinden? Nope, haar blik en lichaamstaal laten zien dat de angst is geweken. Het is een bord, ruikt naar niets, geen beweging in te krijgen en geen gevaar voor haar. Dus ze loopt er langs. En langs de volgende tien, vijftien die langs de weg staan.
En ook op de terugweg lopen we langs de borden. Ik geef haar nog even de gelegenheid om te onderzoeken. "Been there, done that, boring! lijkt ze te zeggen. Maar is het nog geen tijd voor een traktatie?"

Petra

Afscheid van Charly
Charly is er niet meer. Hij had al jaren last van hoefbevangenheid, met aan zijn voorhoef een ernstige beschadiging. De toenmalige dierenarts vond dat hij al jaren eerder ingeslapen moest worden, maar wij zagen een paardje die zelf wel wist wat hij aankon. Toen hij zelf aangaf dat het genoeg was hebben we de (nieuwe) dierenarts laten komen om hem te laten inslapen. We hadden hem in de bak gezet met Joya maar de andere paarden net buiten de bak. Ze konden kijken of weglopen, wat zij zelf wilden. Het inslapen verliep met de nodige tranen maar verder in alle rust. Nadat hij was gestorven, hebben we de bak opengezet zodat de andere paarden bij Charly konden als ze dat wilden. Ondanks de verdrietige omstandigheden was het mooi om te zien wat er gebeurde.

Joya had alles van dichtbij intensief gadegeslagen en maakte ruimte. Donna kwam voorzichtig naar Charly toe met haar hoofd laag, kijkend en ruikend. Ze liep rondjes om hem heen, bekeek hem helemaal, snuffelde aan hem en ging toen weer weg. Vidar kwam aanlopen. Hij keek heel lang en intensief naar Charly, snuffelde aan hem. Hij duwde ook tegen hem om hem op te laten staan. Toen dat niet gebeurde, leek hij echt na te denken wat hij kon doen. De gemeenschappelijke hobby van Charly en Vidar is eten, dus daar zat een mogelijkheid. Vidar pakte een emmer (waar vaak lekkers in zit) en zwaaide hem heen en weer boven Charly, maar geen reactie. Hij probeerde te doen of hij eruit at om het geluid dat dat maakt, maar weer geen reactie. Uiteindelijk gooide hij de emmer op Charly. Toen dat ook niets opleverde gaf hij het op. Weidelief kwam kijken en ruiken en ging weer weg. Julia, Charly’s moeder, had Charly vlak voor de dierenarts er was een knuffel gegeven en was weggelopen. Ze kwam nu ook niet echt meer kijken. Ze bekeek het van een afstandje en bleef gras eten.

De hele nacht hebben we Charly bij de andere paarden gelaten zodat ze op hun eigen manier aan het idee konden wennen en afscheid konden nemen. We lieten Charly achter met een wakende Vidar. Toen we ’s morgens vroeg Charly uit de bak gingen halen, stond Vidar nog steeds over Charly heen. We hebben Charly uit de bak gehaald en ik ben naar Vidar toe gegaan. Ik ging bij hem in het zand zitten. Hij kwam liggen en legde zijn hoofd in mijn schoot. Hij sliep kort maar diep en droomde flink. Toen hij wakker werd stond hij op en daarna heb ik niets meer gemerkt aan Vidar. Ook niet aan de andere paarden. Het leven ging weer zijn gangetje.


Ode aan de onbekende merrie
Echt onbekend is ze niet. Ze was een oudere merrie op een manege waar ik als 19 jarige heb gereden. Ik weet haar naam niet meer, maar wat ze mij heeft laten voelen zal ik nooit vergeten. De laatste tijd dringt dit verhaal zich aan me op; het moet geschreven worden!

Nadat mijn “carrière” als wedstrijdzwemmer voorbij was en ik (per ongeluk) op een manege belandde, kwam op enig moment de vraag of ik aan de clubkampioenschappen mee wilde doen. Ik deed vooral springlessen in die tijd. De verplichte dressuurles deed ik erbij. Ik schreef me in met een oudere merrie die ik gewoon lief vond. Er waren nog wel vier meiden die zich met deze merrie hadden ingeschreven, vooral omdat de echte springpaarden al vergeven waren. Deze merrie was ouder, half koudbloed en vooral lief. Tijdens de wedstrijd zat ik in de kantine die uitzicht had op de rijbak. Ik zou als laatste op deze merrie rijden. Het viel me op dat ze steeds dezelfde fout maakte: bij de dubbelsprong piepte ze langs de tweede hindernis. Verder deed ze het goed en geroutineerd. Ik maakte me druk omdat ik de volgorde van de sprongen niet kon onthouden.

Toen het eenmaal zover was ging het snel. Ze was al ingevlochten, opgepoetst, gezadeld en warm gereden. Ik kon zo de ring in. Spanning had ik niet; ik was immers gewend aan wedstrijden en ik deed voor de lol mee. Ik vertrouwde er maar op dat mijn paard wist welk parcours ze moest lopen. Het ging goed, in een drafje. Ik moest even streng zijn bij de dubbelsprong, die ze, alleen voor mij, goed deed. Foutloos gereden; ik zat in de barrage. Geen idee wat dat was. Toen ik aan de beurt was zag ik dat er een paar hindernissen verdwenen waren. We gingen in een drafje over de eerste hindernis. Vanaf de tribune werd geroepen: “je moet in galop”. We gingen in galop en deden het parcours. Best leuk! Terug in de kantine werd ik omver gelopen door een jongen in wedstrijd outfit. Hij bleek de favoriet te zijn geweest en ik was een seconde sneller door de barrage heen gekomen. We waren eerste geworden!

Tijdens de prijsuitreiking voelde mijn paard mijn onervarenheid nogmaals. Ze wist zelf dat ze in een rijtje van drie voor de jury moest gaan staan, in het midden. Als laatste mochten we naar voren komen. Ze boog gracieus haar hals en maakte zich heel groot. We kregen de rozet en groot en gracieus liep ze weer naar achter. Ze maakte een mooi plaatje voor ons allebei. Alleen mijn gezichtsuitdrukking zal er niet bij gepast hebben.

Jaren later herhaalde dit tafereel zich op een andere manege met een oudere merrie die Sugar heette. We deden een dressuurwedstrijd. Een beetje minzaam werd er gekeken naar mijn geïmproviseerde wedstrijdoutfit. Plastic laarzen, een zwarte maillot met een wit t-shirt en een geleende plastron met speld. Ik volgde braaf de aanwijzingen van de voorlezer en hoorde aan het einde een heerlijk applaus en een compliment van de eigenaar van de manege door de microfoon. Andere ruiters kwamen naar me toe om te vertellen dat ik zo goed doorzat en zo’n rustige hand had. Ik had eigenlijk alleen maar fijn in verbinding met Sugar gereden en gedaan wat er van ons verwacht werd. Geen idee meer of we in de prijzen zijn gevallen. Maar de knuffeltijd  na de wedstrijd met Sugar in de stallen herinner ik me nog wel. We waren beide heel tevreden.

Ik ben voor de verleiding gezwicht: ik heb leren laarzen gekocht die me weken lang bloedende knieholtes opleverden, een echte witte rijbroek met wedstrijdjasje en ja, mijn eigen plastron met speld. Ik heb nog een paar wedstrijden gereden, maar echt leuk kon ik het niet vinden. Wel het contact met de paarden, maar niet de heisa eromheen. Gestreste ruiters met dito ouders, hoge verwachtingen, spanning in de stallen, vlechten die niet precies goed zaten, geschreeuw… De onbekende merrie zal het misschien nooit weten, maar zij is een deel van de basis van nu met mijn eigen paarden. Bedankt mooie merrie.

Julia, de zeer vastberaden Shetlander
Julia de Shet staat sinds twee jaar ‘s nachts bij Joya in de schuilstal. Die gewoonte was snel ontwikkeld. Bij de laatste voerbeurt van de dag stond Julia al klaar bij het hek en als ik deze dan opendeed trippelde ze zelfstandig naar de stal van Joya  waar natuurlijk een lekker hapje op haar stond te wachten.

Deze winter had ik bedacht dat Donna misschien beter bij Joya kan staan. Ze is net als Joya een warmbloedpaard. Ik heb dan twee kuddes, een warmbloed- en een koudbloedkudde, wat het makkelijker maakt om “op maat” te voeren. Een warmbloedpaard krijgt te weinig eten bij koudbloeden. Koudbloeden groeien “dicht” als ze eten wat warmbloeden eten. Rationeel gezien een prima beslissing. Aldus geschiedde. Joya moest weer even wennen aan een nieuwe huisgenoot. Donna genoot zichtbaar van de rust en het eten buiten de koudbloedkudde. Maar Julia, dat is een ander verhaal.

De eerste dagen stond ze keurig bij het hek te wachten totdat ik het open zou doen. Maar dat gebeurde niet en dan ging ze bij de anderen mee-eten. Ik dacht dat ze het na een paar dagen wel “vergeten” zou zijn. Dit is gebaseerd op mijn ervaring dat het altijd een paar dagen duurt om een nieuwe gewoonte in het dagelijkse ritueel in te slijpen. Maar na een paar dagen stond ze nog bij het hek bij de laatste voerbeurt en na een paar weken nog steeds!

Ondertussen werd het voorjaar. Joya, Donna en Vidar stonden alweer af en toe op de wei. Voor Weidelief en de pony’s was de fructaanindex te hoog (te veel suiker in het gras leidt tot hoefbevangenheid bij sobere paarden). Tot die ene dag aanbrak dat het warm genoeg was voor een lage fructaanindex en álle paarden op de wei mochten.

Regelmatig kijk ik even bij de paarden in de wei. Al gauw zag ik Julia niet meer. Uitbreken doet ze nooit alleen, dus het was een vreemde situatie. Na wat gezoek vond ik haar in de stal van Joya waar ze vanaf de wei in kan komen. Ze stond helemaal met haar kleine hoofdje in de hoek van de stal gedrukt. Ik ging naar haar toe en ze dreigde om me te schoppen en te bijten. Ik moest lachen om haar en hoopte dat ze gewoon weer naar de wei zou gaan, maar nee. Toen ik alle paarden binnenriep kwam ze niet mee met de groep. Ik zette Joya in zijn stal maar zij bleef strak in die hoek staan. Ik ging een halster halen om haar bij de anderen te zetten, maar omdoen was geen optie. Ze was vastbesloten die nacht in Joya’s stal te blijven.

Ik verbaas me erover dat ze dit zo lang volhoudt en dat ze kennelijk in staat is om dit allemaal te bedenken. Tot nu toe had ik gemerkt dat paarden veranderingen in het dagelijks ritueel na een korte tijd accepteren en zich aanpassen. Ook heb ik gezien dat ze het moeilijk vinden om vooruit te denken. Zoals ik heb beschreven in het verhaal "puzzeltje" over het voeren op een plek die alleen toegankelijk is via een omweg. Dit is toch wel een knap staaltje van overdenken en plannen waar ik nog niet eerder van gehoord heb in paardenland. Goed gedaan Julia, je zet me flink aan het denken.

Puzzeltje
Mijn favoriete momenten van de dag zijn 's morgens voor en 's avonds na alle hectiek van de dag. Ik hang dan graag bij de paarden, probeer een van hun te zijn en laat me opnemen in hun rituelen, elkaar poetsen en elkaars spiegelen. Op dat soort momenten bedenk ik wel eens een puzzeltje. Zo ook vanmorgen. Het is een herfstige dag, begin oktober. Het is fris en mistig. De paarden zijn rustig en alert. Ze staan in de bak. Het is voertijd en ik besluit om het voer aan de andere kant van de bakrand te leggen. Om er te komen, moeten ze naar het einde van de bak lopen en dan om de bakrand heen naar het hooi toe. Een omweg dus. Wat gaat er gebeuren?
Ik had al eens vaker gezien dat paarden vrij direct zijn in hun benadering van problemen. Ze willen zoeken naar een opening in de bakrand of ze willen er desnoods onderdoor of overheen. Ze doen het niet, maar je ziet het wel door hun hoofd gaan. Ze hangen hun hoofd over de bakrand en als die mee zou geven, dan is de oplossing gevonden. Als die niet meegeeft moet je iets anders proberen. Zo zie je ze een paar mogelijkheden overwegen, maar alleen de directe mogelijkheden.
Ondertussen gebeuren er leuke dingen tussen de paarden. Vidar is bazig, zeker als het om eten gaat. Hij kan geen oplossing bedenken (type stoere bouwvakker met klein hartje) maar hij wil ook niet dat de anderen hem voor zijn. Dus stuurt hij Donna, Julia en Weidelief voortdurend weg bij de bakrand. Zijn opwinding is toegenomen en daarmee die van de kudde ook. Hij briest en snuift en loopt bazig heen en weer langs de bakrand. Weidelief is geen natuurlijke puzzeloplosser. Zij is van de tradities. Ze onthoudt heel veel, maar bedenkt zelf niets. Ze blijft op een afstandje staan kijken wat "we" gaan doen. Donna is wel een probleemoplosser, maar haar positie in de kudde maakt dat ze gewoon niet begint met nadenken: ze kijkt afwisselend naar Vidar en Weidelief die er niet uit lijken te komen. (Was zij daar alleen geweest, dan had ze het probleem in 5 seconden opgelost.)
Vidar heeft het ondertussen opgegeven: hij laat zijn hoofd zakken en wacht. Dan schiet hem een laatste idee in het hoofd: het aan mij vragen. Dat is geen natuurlijk gedrag, maar aangeleerd. Vanuit de training die we doen weet hij dat hij eerst zelf moet nadenken als hij het zelf niet kan oplossen dat hij het aan mij kan vragen. Hij blijft naar me kijken met een zachte blik. Ik wacht nog even en overweeg om het ze zelf op te laten lossen, maar ik weet hoe het gaat: ze "vergeten" het even en als iemand per ongeluk de goede kant op gaat en succes heeft, dan gaan ze er allemaal achteraan. Ik besluit Vidar's verzoek te honoreren en ga de paddock in. Hij reageert direct door mij te volgen. Hij twijfelt er niet aan of ik hem ga helpen. De merries zetten direct de achtervolging op Vidar in. Bijna aan het einde van de bak bedenkt Vidar wat de oplossing is en loopt naar het voer met de anderen in zijn kielzog. Ze hebben tevreden hun ontbijtje opgegeten. Zouden ze het de volgende keer nog weten? Ik ga het uitproberen...

Natuurlijk Paardleiden versus traditioneel paardrijden
Sinds 2008 heb ik eigen paarden, daarvoor had ik verzorgpaarden en nog daarvoor reed ik op verschillende maneges. Het lag eigenlijk nooit in de planning dat ik eigen paarden zou hebben, maar zoals Parelli zegt: "Geluk is waar voorbereiding en gelegenheid elkaar ontmoeten". Voorbereid was ik: sinds 2000 was ik al aan het lezen, studeren en bedenken hoe ik zelf paarden zou houden, voeren, vermaken, beleren, bekappen en trainen. Ik kon me niet vinden in de traditionele manier van paarden houden/trainen/rijden. Ik was er van overtuigd, zonder ervaring dus, dat paarden ingezet kunnen worden voor manege-lessen en tegelijkertijd kunnen leven op manier die bij paarden past (niet in stallen, met ijzers en krachtvoer bijvoorbeeld). Dus toen de gelegenheid zich voordeed, heb ik die met twee handen aangegrepen. Nu, 6 jaar later, doe ik alles vrijwel zoals ik het toen bedacht had. In de basis dan, want niemand had mij kunnen voorbereiden op weidebeheer, lange Drentse winters en hoefbevangenheid. Inmiddels kan ik mijn "gelijk" wel aantonen.

Tijdens een moment van bezinning had ik een goed gesprek met mijn jonge leerlingen. Ik wilde graag weten waarom ze bij mij op les zijn gekomen en vooral ook waarom ze zijn gebleven. Er kwam een hele lange lijst met dingen die bij mij "beter" (lees: anders) gaan dan in de traditionele paardenwereld. Hoe je een paard uit de wei ophaalt, een halster omdoet, meevoert, hoe je omgaat met weerstand en baldadigheid bij het paard, hoe je hem poetst en zadelt, hoe je opstijgt, stuurt en remt. Ieder aspect is anders. Een deel van mijn leerlingen heeft op maneges gereden, de meesten kennen alleen mijn manier; dus dat kon niet het hele antwoord op mijn vraag zijn.

De tweede poging ging over aandacht: ze rijden in principe alleen in een les. Degenen die het gezellig vinden om in een klein groepje te rijden, doen dat. Maar nog steeds krijgen ze heel veel individuele aandacht en begeleiding. Ik ken ieder kind door en door en ik ben een open boek voor hun. Ik schaam me er niet voor om in huilen uit te barsten als de situatie daarom vraagt, of mijn excuses aan te bieden als ik per ongeluk te ver ben gegaan. We zijn allemaal erg onzelf. Congruent (wat je zegt, doet en uitstraalt past bij elkaar) en authentiek (je doet je niet anders voor dan je bent). Het antwoord dekte nog steeds niet helemaal de lading: er zijn vast maneges te vinden die paardenwelzijn en persoonlijk contact hoog in het vaandel hebben staan.

Ingrid moest eraan te pas komen om ons op een beter denkspoor te zetten. Ze zei: "op de manege leer je paardrijden, bij jou leer je omgaan met paarden en met jezelf". Dat was 'm. Ineens begonnen de kinderen te brainstormen: we doen veel meer dan rijden. We doen ook grondwerk, wandelen, vrij springen, voltige, obstakelparcoursen. Je mag pas rijden als je niet meer bang bent. Je moet naar het paard kijken om te begrijpen waarom iets gebeurt. Je leert naar je eigen emoties te kijken. Je moet het paard leren kennen als persoonlijkheid, wat betekent dat een paard ook in een situatie terecht kan komen waarin hij niet altijd kan of wil doen wat de bedoeling is. Je leert samenwerken en verantwoordelijk zijn. De groep moet zich aanpassen aan de zwakste ruiter. De vaardigheden die je bij "paardrijden" opdoet, kan je op allerlei andere gebieden ook gebruiken, dus je ontwikkelt je als persoon.

Het antwoord dat ik kreeg is oneindig veel groter dan de vraag die ik stelde. Ik voel me enorm nuttig en bevoorrecht.

Schuilstal
Dat ik geen stallen wilde toen ik mijn eigen paarden kreeg, wist ik zeker. Stallen zijn handig voor paarden in oorlogstijden. Ze staan netjes, veilig en schoon te wachten totdat ze weer nodig zijn. Dat heeft niets met paardenwelzijn te maken, maar met gebruiksgemak voor de mens. Maar helemaal “bloot” buiten, dat leek me ook wel weer gortig. Dus bouwden we eerst één en later nog een schuilstal.

Als ik vertel dat mijn paarden dag en nacht, zomer en winter buiten staan is altijd de eerste reactie: “aaaah wat zielig. Krijgen ze het dan niet koud als het vriest?”. Nee, dus. Paarden zijn echte buitendieren. Ze hebben geweldige fysiologische vernuftigheden in hun lichaam. In oktober zie je ze een tijdje ineengedoken staan of zelfs rillen. Als je dat even kan laten gebeuren, dan schakelt hun lichaam om naar “winterstand”. Een dikke vacht, aangepaste doorbloeding en andere dingen waar ik het fijne niet van weet.

“Maar hoe zit dat dan met de regen?” Ook daar hebben paarden iets op gevonden. Ze gaan met hun kont naar de wind staan en hun hoofd naar beneden. Als de regen voorbij is, dan is alleen hun kont nat.

In het najaar, als het doorlopend waait en regent, ben ik niet meer zo stoer. Dan zit ik lekker warm binnen en buiten is het guur en kil. “Dan gebruiken ze zeker de schuilstal?” Nee, zelfs dan niet.

“Wanneer dan wel?” Als mensen languit op het strand gaan liggen, liters zonnebrandcrème opsmeren, vakantieplannen maken en nog een lekker ijsje nemen, staan de paarden te “overleven” met hun  hoofden diep in de schuilstal gedoken. Maar dan hoor ik nooit iemand zeggen: “aaaah, wat zielig”.


donderdag 2 juli 2015: 33 graden!

Verantwoordelijkheid
“Een kind blijft beter met zijn voeten op de grond als je wat verantwoordelijkheid op zijn schouders legt” is een uitdrukking die ik wel eens ergens gelezen heb. Ik ben ervan overtuigd dat het zo is.

Sommige mensen zijn extreem: ze blijven eindeloos de veters van hun kinderen strikken, brengen ze met de auto naar school, dragen hun rugzak en vertellen op verzoek van hun kroost hoe laat het nu weer is. Hoe heerlijk is het om lief gevonden te worden en hoe fijn is het dat ze je nodig hebben.

Mijn paarden hebben verantwoordelijkheden. Ze moeten stilstaan als iemand opstijgt, hun voeten zelf omhoog moeten houden bij het bekappen, me niet omver mogen lopen als ik voer kom brengen, zich netjes laten ophalen uit het weiland door mij en mijn klanten en nog veel meer... Ze mogen wel laten zien dat iemand het niet op de goede manier doet, maar schoppen, bijten en weglopen is er niet bij. Als tegenprestatie hebben ze een zeer gemakkelijk leven buiten in een kudde met uitdagingen en prikkels.

Ik heb ook verantwoordelijkheden: ik moet me houden aan de regels van paardenwelzijn. Ik kan niet een paard op stal zetten omdat dat zo gemakkelijk voor mij is. Ik kan nooit uit frustratie een klap uitdelen. Ik moet voortdurend situaties bekijken door de ogen van het paard.

Mijn lesklanten weten niet beter. Ze passen het tempo aan aan de ruiter met de minste ervaring. Ze geven tijdens een buitenrit door als er een fietser aankomt of een trekker. Ze helpen elkaar met opzadelen en opstijgen. Ze vertellen me als een paard een wondje heeft of zich anders gedraagt. Soms vult iemand zomaar uit zichzelf de waterbak bij. Ze kijken naar het paard en naar hun eigen emoties als er zich een probleem voordoet. Ze vragen hulp als ze iets niet kunnen of snappen. Soms moeten de grotere kinderen de kleinere kinderen begeleiden. Ze moeten zelf blijven nadenken en niet doen wat iemand zegt alleen maar omdat het een volwassene is. Niet alle kinderen zijn dit zomaar gewend voordat ze bij mij op les komen. Stap voor stap geef ik ze taken die passen bij hun leeftijd en ontwikkeling. Ik prijs ze enorm voor de pogingen die ze ondernemen, of die pogingen geslaagd zijn of niet.

En zo af en toe komen al deze aangeleerde verantwoordelijkheden bij elkaar. Zoals laatst, toen we tijdens een buitenrit werden overvallen door een heftige onweersbui in het Witteveense bos. De paarden vonden het echt niet leuk. Als ze hun instinct gevolgd hadden, hadden ze de kinderen van zich af geschud en waren ze naar huis gerend, met alle mogelijke gevolgen van dien. Maar dat deden ze niet. Een paar kinderen raakten in paniek, maar bleven toch luisteren naar aanwijzingen van mij. Ze bleven ook samenwerken met elkaar. Ik heb mijn hoofd koel gehouden en bedacht wat het beste was voor mens en paard: afstijgen en snel maar gecontroleerd het bos uit en naar het dorp gaan waar bliksemafleiders zijn. Ondertussen moesten we op elkaar en op de paarden letten en doorgeven als er iets niet goed ging. Toen we op een veiligere plek waren heb ik de kinderen verteld hoe goed ze het gedaan hadden. Ik denk dat de paarden ook wel gevoeld hebben hoe trots ik op ze ben.

Het nemen van een sprong volgens Vidar en Donna
Steeds ben ik op zoek naar leuke, nieuwe ideeën om de paarden mentaal en fysiek fit te houden. Een van de dingen die ik doe is regelmatig iets nieuws en uitdagends in de rijbak zetten. Ze wennen er vanzelf aan. Blokken, vlaggen, pionnen, ik laat altijd wel iets achter. “Dat moet je niet doen, ze kunnen zich bezeren” zeggen de meer traditionele paardenmensen. Dat dacht ik eerst ook, maar als je de vergelijking mag maken: als je een kind niet went aan kopjes die op tafel staan bij jou thuis, dan kun je ‘m niet kwalijk nemen dat hij er geen rekening mee houdt en ze omver loopt bij andere mensen thuis. Mijn ervaring is dat paarden ook in een dolle ren- en bokbui niet tegen deze spullen aanlopen als ze het gewend zijn. Dat komt me goed uit, want ze maken buiten ook wel eens een gekke beweging of ze trekken ineens een sprintje omdat ze ergens van geschrokken zijn.

Een ander “obstakel” dat ik wel eens gebruik is een klein sprongetje. Tussen de bak en de paddock is een doorgang. Die barricadeer ik dan met twee balken in de vorm van een kruisje. Waar de balken elkaar kruizen is de sprong hooguit 30 centimeter boven de grond. Dat is voor geen enkel paard een grote sprong. In de paddock staan de voerbakken, dus op enig moment ontstaat vanzelf de motivatie om eroverheen te willen. Ik doe dit niet voor mijn eigen plezier, hoewel ik dat er wel aan beleef, maar vooral om de paarden op eigen initiatief te laten oefenen met kleine sprongen voor het geval we in het bos een keer een omgevallen boom tegenkomen of een ander laag obstakel.

Ik heb paarden met verschillende karakters. Ik doe niets liever dan kijken hoe ze dit soort problemen oplossen. Vidar, mijn jonge Fjord, is van nature geen held. Ook is hij geen denker. Hij gedraagt zich als een stoere bouwvakker met een klein hartje. Als ik hem zijn gang laat gaan dan zegt hij bij ieder obstakel: “eeeeh, dat kan ik niet en als je aandringt dan word ik heel introvert. Als je te ver gaat met aandringen, dan raak ik helemaal in paniek.” De strategie die ik in de loop van de jaren op hem heb toegepast was die van zachte dwang met veeeeeel pauzes. Inmiddels kan hij bijna alle situaties zelfstandig het hoofd bieden. Van nieuwe zadeldekjes tot wapperende WK-vlaggetjes en trekkers tijdens de zomermaanden. Hij weet dat ik van hem verwacht dat hij nadenkt en dat hij kleine stapjes maakt in het proces van het overwinnen van een obstakel. Niet over een hindernis heen denderen om er maar van af te zijn. Niet zomaar over een stuk zeilen rennen en dan denken dat het klaar is. Dus hoe gaat hij om met het kruissprongetje naar de paddock? Juist, stapje voor stapje. Een springpaard zou zich voor hem schamen, maar ik ben apetrots: hij doet precies wat ik hem geleerd heb. Hij gaat eerst de situatie verkennen, van een afstandje en van dichtbij. Daarna parkeert hij zichzelf recht voor het laagste gedeelte waarna hij voetje voor voetje over het obstakel stapt. Zonder opwinding, zonder angst en met veel rust.

Donna, mijn New Forest, lost dat anders op. Zij is van nature extravert en door de omstandigheden waarin ze heeft gewerkt voordat ze bij mij kwam wonen is ze paniekerig. Extravertie en paniek zijn geen goede combinatie. Het eerste dat ze moest leren toen ze hier kwam was stilstaan na het opstijgen. Als je alleen maar bedacht dat je ging opstijgen was ze een en al onrust. Nu nodigt ze me uit om op te stappen als zij er aan toe is en blijft daarna met haar hoofd laag wachten totdat we iets gaan doen. Ze doet dat alsof het de normaalste zaak van de wereld is en… dat is het ook! Tegen de tijd dat Vidar staat te eten in de paddock is bij haar de opwinding al enorm toegenomen. Vidar staat aan de andere kant van het obstakel en zij niet! Ze rent een paar rondjes door de bak, blaast hard uit door haar neus, bekijkt de sprong van dichtbij en ver af en vervalt daarna in een soort aangeleerde hulpeloosheid, vastbesloten dat ze onmogelijk over deze enorme sprong heen kan gaan en daarom een de hongerdood moet sterven. Als ze weer bijkomt uit die toestand bekijkt ze de zaak nog eens goed, draaft rustig aan en springt met het gemak van een jonge hinde, prachtig basculerend en veel te hoog, over de hindernis. Ze stopt, kijkt om met zelfvertrouwen in haar blik en gaat heel rustig bij Vidar staan eten.

De shetlanders staan natuurlijk al lang te eten, zij lopen onder de sprong door!


Paarden onder het viaduct
Op een dag heeft iemand het weiland uitgemest en is door de achterste uitgang naar de mesthoop gelopen. Hij heeft het hek daar toen open laten staan. Hij is niet gewend aan paarden en heeft er niet bij stil gestaan.

Later die dag heb ik de paarden in dat weiland gezet. Ik deed de voorste uitgang dicht en ging weg. Na een uur of twee kwamen er buren aan de deur: paniek! De paarden waren “uitgebroken”. Achteraf was dat teveel eer voor de paarden. Ze waren gewoon hun neus achterna gescharreld op weg naar meer gras. Maar paarden op de openbare weg zorgen altijd voor een schrikreactie, dat is begrijpelijk. Vidar en de pony’s waren zo te pakken, maar Weidelief en Andora hadden het op een lopen gezet toen er ineens mensen achter ze aanzaten. Het zal je ook maar gebeuren: je bent lekker buiten aan het scharrelen en je hebt ineens paniekerige mensen achter je aan. Dan denk je als paard toch dat er iets aan de hand moet zijn.

Uitgerekend de twee grootste paarden van de groep liepen buiten. Ze waren in redelijk vaart op weg naar het dorp. Gelukkig hadden ze halsters om. Ik ben er meteen achteraan gegaan. Ik weet nog vaag dat er mensen om me heen iets riepen. Waarschijnlijk boden ze me aan om te helpen, maar ik was onderweg.

Achter paarden aanhollen is niet zo verstandig om twee redenen. Ze rennen veel harder dan wij en ze gaan nog harder rennen als ze ons zien aankomen. Toen ik zag waar ze waren ben ik rustig gaan lopen met mijn blik afgewend. Af en toe keek ik door mijn wimpers waar ze waren. Het viel me op dat Weidelief het viaduct spannend vond. Ze wilde er niet in volle vaart onderdoor. Andora, die Weidelief in alles volgde, ging ook niet. Ondertussen praatte ik in mijn hoofd tegen Weidelief. Ik vroeg haar verstandig te zijn. Ze was immers verantwoordelijk voor haar eigen, maar ook voor Andora’s gedrag. Of het helpt, dat praten, dat weet je nooit, maar niet geschoten is altijd mis.

Ineens was ik dichtbij genoeg. Ik kon gebruik maken van de verwarring in Weidelief om haar bij haar halster te grijpen. Terwijl ook de verwarring bij Andora toenam kon ik ook haar bij het halster grijpen. Ik zei, stoerder dan ik me voelde: “kom op, meiden, we gaan naar huis!” en zette een flinke looppas in. Een klein stemmetje fluisterde achter in mijn hoofd dat ik met een paard van 900 kilo en een paard van 600 kilo liep aan twee armen die makkelijk uit de kom getrokken kunnen worden. Die gedachte moest ik echt wegdrukken, dat hielp me niet. Ik haalde het kordate gevoel snel weer terug. Een buurman zag me lopen met die twee paarden en vroeg: “moet ik je helpen?” Hij wachtte mijn antwoord niet af toen hij mijn gezicht zag; hij ging maar weer naar binnen.

Bij het weiland aangekomen zag ik Vidar en de pony’s in de wei staan. Gedwee lieten Weidelief en Andora zich in het weiland zetten. Daarna moest ik gaan zitten, want toen ik me realiseerde wat ik gedaan had, wilde mijn knieën me niet meer dragen.

Tot op de dag van vandaag zeggen we nog wel eens: “weet je nog van die keer dat de paarden onder het viaduct stonden?” Nu is het een leuke herinnering.

 

Gigi en gedrag spiegelen
Op een dag werd ik benaderd door Saskia (dit is niet haar echte naam wegens privacy-redenen), een vrouw die ik kende als de moeder van een leerling op de middelbare school waar ik lesgaf. Nu benaderde ze mij voor een sessie gedrag spiegelen. Haar dochter was een manegeruiter. Saskia bracht veel tijd op de manege door, maar ze vond de paarden altijd zo verdrietig. Ze werd er zelf verdrietig van. Ze was ook bang voor ze en wist niet hoe ze veilig in hun buurt kon zijn. Ze wilde eerst aan de angst werken en dan kijken of ze meer kon leren van paardengedrag om haar dochter te kunnen helpen op de manege.

De angst voor paarden zat diep. Tijdens de eerste sessie stonden de paarden in de bak. We hebben alleen maar over ze gepraat en er van heel grote afstand naar gekeken. De volgende dag konden we tot aan de bakrand. Na verloop van tijd durfde ze wel achter mij aan de bak in. Ondertussen vertelde ik voortdurend wat hun lichaamstaal aangaf, wat ze bedoelen met bepaalde bewegingen en geluiden en hoe ze wist dat ze veilig was. Toen de angst begon af te nemen en de nieuwsgierigheid toenam, was het tijd voor de volgende stap.

We gingen een paar simpele oefeningen doen met Joya. Joya is een oudere Arabier die weliswaar heel gevoelig is, maar ook heel goed is getraind en opgevoed. Hij zou geen stap verkeerd doen. Ik vroeg haar met hem door de bak te lopen aan een leidtouw. Nadat ik een paar keer had gezegd dat alle figuren mocht lopen die ze wilde, vroeg ik haar waarom ze alleen linksom ging. Zonder na te denken zei ze: “dat is precies wat ik in het dagelijks leven ook doe: ik kies de makkelijke weg waarbij ik de minste tegenwerking krijg”. Toen ik haar vroeg toch tegen de druk in te lopen en naar rechts te gaan, bleek het enorm mee te vallen. Ze had nooit uitgeprobeerd hoeveel tegenwerking ze zou krijgen; ze had gewoon bedacht dat ze er niet tegen opgewassen zou zijn. Nu viel het eigenlijk best mee.

Na een lange pauze vroeg ik haar een ander paard uit te kiezen. Ze koos Gigi. Daar had ik niet op gerekend, want Gigi was de baas van het stel en niet erg dol op vreemde mensen. Gigi woonde op dat moment nog niet lang bij mij. Later die dag kwam de verklaring hiervoor: met mensen bleek ze hetzelfde te doen, ook daar bleek ze vaak niet de “goede”keuzes te maken. Ze kiest de mensen die haar onbewust in een patroon duwen waarin zij zal falen. Een patroon dat zijn oorsprong kent in haar jeugd en waar ze zich, voor onze sessie, niet van bewust was.

Gigi stond het verste weg van alle paarden. Ze deed alsof ze ons niet zag. Het was een mooie, zonnige dag en Gigi genoot zichtbaar van het gras en het buitenleven. Ik kuierde en slenterde met Saskia schijnbaar doelloos door het weiland om beide niet te bang te maken. Uiteindelijk stonden we op drie meter afstand van Gigi en ze negeerde ons met alles wat ze in zich had. Ik wist echt niet waar dit naartoe zou gaan en hoopte er het beste van. In haar lichaamstaal zag ik geen greintje agressie, dus er kon niet echt iets mis gaan. In het slechtste geval zou er gewoon niets gebeuren.

We stonden daar een tijdje zachtjes over Gigi te praten toen ze haar hoofd optilde met een vriendelijke uitdrukking op haar gezicht. Ik vatte het op als uitnodiging en liep rustig met Saskia naar haar toe. Ik vroeg Saskia om haar niet aan te raken en niets speciaals te doen. Gigi stapte op het laatste moment in de richting van Saskia en vouwde als het ware haar hals om haar heen. Saskia begon te huilen, maar bleef rustig staan. Zo hebben ze samen een tijdje gestaan en was ik getuige van een geweldig moment. Na een paar minuten vloeide het gevoel weg en Gigi kuierde rustig verder de wei in om gras te eten zonder nog naar ons te kijken.

Saskia is sindsdien nooit meer bang geweest voor paarden. Ze vertelde dat ze overspoeld werd door een gevoel van liefde en warmte. Met diep respect voor zowel Gigi als Saskia sloten we de sessies af.

 

"Doe nooit, maar dan ook nooit het halster af"
Ibiza, een kleine, trotse merrie, stond naast de stal waar mijn verzorgpaard Misty de Quarter stond toen ik nog in Amsterdam woonde. Ik had tijd over. Ibiza heeft altijd wel zin om even naar buiten te gaan, daarom besloot ik, met toestemming van de eigenaresse, een rondje over het terrein te lopen met haar. Toen ik zag dat de grote paddock leeg was, bedacht ik dat ik haar daar wel even in kon zetten. Dan kon ze even de benen strekken en bokkesprongen maken als ze daar zin in had.

Ik deed het hek achter me dicht en daarna deed ik haar halster af. Terwijl ik dat deed en haar reactie zag bedacht ik me hoe stom dat was. Een tijdje daarvoor had de eigenaresse haar ook losgelaten, toen in de longeerkraal. Geen haar op Ibiza's hoofd die er nog over dacht om zich nog te laten vangen. Dat werd toen een hele toestand. Wat nu?

Ze stond in de paddock met de duidelijke intentie zich niet meer te laten vangen. Ik had wat tijd om na te denken en bleef heel rustig. Ik ben schijnbaar doelloos door de bak gaan slenteren, terwijl ik deed of zij er niet was. Toen ze niet meer voor me wegholde, maar wegliep, was dat al een goede eerste stap. Even later kon ik synchroon met haar meelopen zonder dat ze weg wilde lopen. Na nog wat langer kon ik op een meter van haar achterste blijven staan, terwijl zij bleef staan. Nog even later kon ik met mijn vingertoppen haar billen aanraken. Steeds liep ik weer weg om daarna opnieuw te beginnen. Daarmee kon ik laten zien dat ik echt geen kwaad in de zin had. Toen ik haar billen eenmaal kon aanraken, kon ik haar ook krabben met mijn nagels. Dat vindt ieder paard heerlijk, daarom bleef ze bij me staan.

Misbruik makend van dit gegeven kwam ik al gauw bij haar schouder. Toen ik de spanning voelde oplopen bij haar, ben ik achteloos weggelopen. Alleen maar om het daarna nog eens te doen. Ze stond op haar buitenvoorbeen helemaal van mij af gedraaid met haar hoofd van me af richting haar buitenschouder. Maar ze liep niet weg. In een moment van ontspanning van haar kant stak ik mijn hand uit en in een reflex rook ze eraan. Op dat moment liep ik gedecideerd weg, terwijl ik haar grote complimenten maakte met de liefste stem die ik bij me had.

Even later deed ik dat nog eens. Al gauw kon ik naar haar toelopen en stak ze haar neus al uit om mijn hand aan te raken. Waarop ik, haast als door een wesp gestoken, bij haar wegliep. Dat was een leuk spelletje! Nog even later kon ik mijn hand van af grotere afstand uitsteken en ze liep er gewoon naartoe om die aan te raken, zodat ik weg zou lopen. Ze had geleerd om mij uit te zetten en ze vond het leuk.

Dit hele gebeuren duurde nog geen tien minuten. Maar nu kwam de grote test: ik moest het halster met touw gaan pakken, naar haar toe lopen, het halster omdoen en haar meenemen. Ik pakte het halster zo ontspannen mogelijk, liet hem duidelijk aan haar zien terwijl ik zonder oogcontact naar haar toe liep. Ik stak mijn hand uit, zij stak haar neus uit en ik kon zo het halster om haar neus en hals laten glijden. We liepen als beste maatjes de paddock uit naar stal. Niemand die ooit had kunnen denken dat hier een probleem lag, maar Ibiza en ik weten wel beter.

Mijn eigen verhaal: van manegeruiter naar paardenhouder
Als 19 jarige ging ik uit nieuwsgierigheid mee naar een manege. Ik was wedstrijdzwemmer en de tijd kwam om daarmee te stoppen. Ik nam 10 lessen en kon al vlot lichtrijden en galopperen. Het ging me makkelijk af en ik was zomaar besmet met het paardrijvirus. Na een vakantie in Lipica al helemaal! Ik ging meer dan 1 keer per week lessen en af en toe een wedstrijdje. Dressuur vond ik saai, springen was leuk. Ik won de eerste onderlinge wedstrijd en ging door voor de clubkampioenschappen die ik toen ook nog won. Helaas ging de eigenaar met pensioen; ik reed daar nog geen jaar. Ik ging op een andere manege rijden. Daar heb ik veel ongelukken gezien en slechte omgangsvormen met de paarden. De paarden waren ongelukkig en onbetrouwbaar. Ik ben snel gestopt. Pas jaren later ging ik weer rijden. Op de prestigieuze Hollandsche Manege midden in Amsterdam. Ik reed graag en goed, deed weer wedstrijden, kocht een wedstrijd tenue, kreeg complimenten over mijn doorzitten en vriendelijke hand, maar… ik kreeg vragen.

“Waarom moeten we links opstijgen?”
“Waarom schrikken paarden zo heftig?”
“Waarom staan ze op stal als wij ze niet rijden, ze zijn toch kuddedieren?”
"Waarom rijden we met een bit?"
"Waarom zijn sommige paarden zo boos als je hun stal inloopt?"
"Waarom moet je sommige paarden slaan met een zweep voordat ze iets willen doen?"

Mijn vragen werden vaak niet beantwoord, maar soms wel: “het is nu eenmaal zo” en “iedereen doet het zo”. Ik begreep het niet. In combinatie met de ongelukken dat ik zag gebeuren en de heftige schrikpartijen hield ik het voor gezien. Ik was bang geworden, voornamelijk uit onbegrip.

In 2000 kwam de ommekeer met een videoband van Emiel Voest. Iemand vroeg of ik haar paard een keer per week wilde verzorgen en met Jazz ben ik toen de paardentaal gaan leren. Toen haar eigenaresse zag dat ik grondwerk deed en zonder zadel en bit wilde rijden, stuurde ze me weg omdat zij wedstrijdambities had en ik haar paard kreupel maakte met die onzin. Mijn acties waren niet onopgemerkt gebleven: iemand op stal vroeg me om juist met haar paard te doen wat ik met Jazz niet mocht doen. Toen zij op vakantie ging stelde ze me voor aan Marga, om samen voor haar paard te zorgen tijdens die vakantie. Marga heeft haar paarden aan huis en wilde graag op deze manier met mij aan het werk wilde gaan, ook met haar paarden. Samen hebben we haar Friese paard Qjeltsy beleerd op een paardvriendelijke manier. Een levenslange vriendschap tussen mij en Marga was geboren.

De dierenarts waar ik wel eens kwam met mijn katten, had een eigen paard en zocht een bijrijder. Julia had Mack in een uitloopstal gestald en trainde hem volgens de methode van Pat Parelli. Ik had daar nog nooit van gehoord, maar zij was level 3 en ging mij leren wat ik nodig had om goed met Mack overweg te kunnen. Rijden met een losse teugel en eigen balans houden! Zij was veel verder dan ik en reed wel met een bit en aanleuning, maar nog steeds heel anders dan ik tot dan toe gewend was.  Ik begon me in hoog tempo alles aan te leren. Hoe meer ik leerde, hoe groter het verschil werd tussen ons en de andere ruiters op deze pensionstalling. Zij konden hun "woeste rossen" slechts beteugelen met een slofteugel. De pijn en het ongemak van de paarden konden zij wel negeren. Ik moest vooral ergens anders gaan rijden met mijn bitloze optomingen, want dat was levensgevaarlijk in hun beleving. Toch waren er toen ook al mensen die me voorzichtig vragen gingen stellen. "Mijn paard steigert als ik ga rijden, maar de dierenarts en zadelmaker zeggen dat er niets aan de hand is. Wat zou jij doen?" Mijn antwoord was toen al: "kijk naar je paard, het uit zich misschien tijdens het rijden, er moet al eerder iets misgaan of het paard geeft al eerder signalen". Dat bleek ook zo te zijn. Ik zag steeds vaker dat paardenproblemen eigenlijk mensenproblemen waren. Mensen die fysiek of mentaal uit balans waren en een paard deed zijn best er nog iets van te maken. Maar ook mensen die met de beste bedoelingen scherpe hulpmiddelen en ruwe trainingsmethoden gebruikten, gewoon omdat ze niet beter wisten.

Julia ging terug naar Australië en Mack werd verkocht. Thea zag haar kans schoon en vroeg me of ik haar Quartermerrie Misty wilde verzorgen. Misty had een schouderblessure, was al op leeftijd en had een verleden als barrelracer. Iedere vrijdag ging ik zolang mogelijk naar haar toe, in de eerste plaats om haar uit haar stalletje te halen waar ze veel te veel uren in doorbracht. Omdat ze niet altijd bereden kon worden, gingen we eindeloos wandelen in het Amsterdamse Bos. Tijdens die wandelingen gingen we de wereld verkennen. Boomstammen, gaten in de grond, stapels bladeren, modderpoeltjes, sloten: alles was leuk. Ik kwam erachter dat ze niet over een hindernis kon/durfde te springen, dus gingen we het rustig opbouwen. Ze kon zich plotseling enorm druk maken om van alles en nog wat, dus bedachten we dat als zij cirkels ging lopen om mij heen, dat zij dan kon doen waar zij behoefte aan had (“ik moet loooopen”) en ik bleef rustig en veilig. Ik ploos boeken en dvd’s uit op bruikbare tips om problemen paardvriendelijk op te lossen. Na verloop van tijd legde ik het leidtouw over haar nek. We liepen los samen en  konden afwisselend leiden en volgen.

Op een van deze dagen zag ik een vrouw rijden op een Arabier. Het zag er leuk uit, zeker als je bedenkt dat ik zelf nauwelijks meer reed. Ik sprak ze aan. Kirsten was de bijrijder van Joya. Ze reed hem meestal in de bak. Ze liep wel tegen wat problemen aan en samen gingen we kijken of we er iets mee konden. Ik leerde haar wat grondwerk en bitloos rijden. Ze bleef omgaan met paarden moeilijk vinden. Ze is nu in de leer bij Claus Hempfling en leert daar veel over zichzelf.

Ondertussen nam mijn leven een heel andere wending. Ik nam afscheid van Amsterdam, mijn toenmalige partner, mijn baan en Misty om samen met Ingrid en Els een avontuur aan te gaan in Drente. Dat avontuur is mijn nieuwe leven geworden. Ik moest alles leren over het houden en verzorgen van paarden, maar ook van weidebeheer en mestafvoer. Paardentandarts, bekapper, dierenarts… er kwam een hoop bij kijken. Inmiddels zijn we 5 jaar verder en loopt alles gesmeerd. Binnen 5 weken na de verhuizing had ik 5 paarden! Een van die paarden is Joya, die toen al 19 was en met mij mee mocht naar Drenthe om met pensioen te gaan. Hij werd mijn mentor. Ik nam me voor om niets aan hem te willen veranderen, hem te accpeteren zoals hij is en alleen maar van hem te leren. Het resultaat is dat wij ons naar elkaar ontwikkeld hebben en allebei veel geleerd hebben.

Een korte tijd stonden er twee paarden bij mij met pensioen. Ik herinner me nog goed dat een van die paarden, Gigi, niet wilde inzien dat ik echt op hun lichaamstaal reageerde en probeerde te communiceren door middel van hun lichaamstaal. Ze was zo gewend hoe mensen  met paarden omgaan dat het twee weken duurde voordat ze me het voordeel van de twijfel gaf. Daarna werd het contact een stuk makkelijker.Een jaar later kocht ik Vidar, een jonge Fjord. Hem moest ik nog wel veel leren. Maar hij leerde mij minstens zo veel. Inmiddels kunnen we ieder detail aan elkaars gedrag duiden en hebben we minder dan een half woord nodig om tot goede dingen te komen. Ik heb een stabiele groep van 6 paarden: 3 merries en 3 ruinen. Ik heb veel geleerd over de dynamiek en het leven binnen een kudde.

Ik kreeg weer nieuwe vragen, maar nu vond ik wel de antwoorden:

“Waarom moet je een paard op zijn kont slaan als hij die naar je toedraait om daar gekrabd te worden?”
“Waarom moet ik altijd de leider zijn?”
“Hoe natuurlijk is paardrijden eigenlijk?”
“Moet ik toch weer met een bit gaan rijden als ik op een hoger niveau kom?”
"Zijn wedstrijden wel zo leuk voor paarden?"

Ik begon mijn eigen experimenten gebaseerd op Natural Horsemanship in zijn breedste vorm. Het zijn immers mijn eigen paarden.  Ik ga op dit moment met de paarden om op een manier die heel dicht aanligt tegen hun natuur en de mijne. Vertrouwen, assertiviteit, samen zijn, congruent zijn en wederzijds respect zijn de toverwoorden. Mijn paarden zijn gezond, betrouwbaar, meewerkend, nieuwsgierig en, voor zover ik dat kan beoordelen, gelukkig.

Ik heb daarvoor zelf een enorme reis afgelegd. Ik heb mijn eigen balans moeten vinden, mijn eigen angsten moeten overwinnen, mijn wens om goedkeuring te krijgen naast me neer moeten leggen. Ik heb eindeloos gestudeerd, geprobeerd, afgestapt en ben weer opnieuw begonnen. De paarden zijn steeds meer paard. Ik wil aan de paarden niets veranderen, alleen teruggeven. Ik rijd weer zonder angst, met plezier en paardvriendelijk, na 13 jaar zelfontwikkeling.

Sinds anderhalf jaar staat hier een nieuw paard: Donna. Zij was de uitdaging die ik nodig had. Extravert en overijverig. Inmiddels heb ik de meeste paardentypen hier staan. Ik heb er veel van geleerd. Met Donna gaat alles een stuk sneller. Omdat zij snel leert maar ook omdat ik al veel had geleerd voordat zij bij mij kwam wonen. Ik kan van dichtbij meemaken wat de impact is voor een paard om te verhuizen en buiten in een kudde te leven. Maar ook kan ik van dichtbij meemaken hoe een paard zich ontwikkelt als ze ineens inzien dat je naar ze kijkt, luistert en met ze probeert te communiceren. Een paard dat echt paard mag zijn, na zoveel jaren "productie draaien" op een manege.

Mijn paarden zijn blij om me te zien en ik ben blij om hen te zien. Ze werken voor me als lespaarden. Ik bewaak de grenzen van hun belastbaarheid, zowel de fysieke als de mentale. Mijn manier van werken komt steeds verder af te staan van de reguliere paardensport, maar ik ga me er steeds sterker mee voelen. Ik kan nu “bewijzen” dat ik het goed doe en hoef niemand te overtuigen. Ik train de paarden niet meer zoals ik dat eerst deed. Van leiderschap is nauwelijks sprake, van communicatie des te meer!

Ik ben geen paardentrainer met de bijbehorende diploma's. Mijn kracht is verzorgen, opvoeden en trainen: ik verzorg de paarden op een manier die dicht bij hun natuur ligt, ik voed ze op in hun omgang met mensen en ik leer ze wat nodig is om goed in de lessen te kunnen lopen (zoals zich laten vangen in het weiland, stilstaan tijdens en na het opstijgen en hoe ze hun lichaam moeten gebruiken onder ruitergewicht). Ik faciliteer paardrijlessen en buitenritten voor andere mensen. Mijn klanten rijden op brave, vriendelijke, goed opgevoede paarden die in hun eigen balans lopen. Zij leren paardrijden door goed te kijken naar de paarden en naar zichzelf. Ik leer mensen dus geen dressuur of andere discipline. Zij trainen zichzelf, niet de paarden. Ik ontwikkel mezelf op nieuwe gebieden om de paarden  nog beter te kunnen helpen. Mijn grote voorbeelden zijn Pat Parelli, Mark Rashid en Alexander Nevzorov. Het welzijn van de paarden en mijn relatie met de paarden staan altijd op de eerste plaats.

Ik heb een generatie kinderen op les die niet beter weten. Zij vragen mij soms in verwondering waarom dat paard dat langs komt lopen zo raar in een krul loopt met zijn nek en of het niet zielig is dat sommige paarden altijd alleen staan. Ze doen alles vanuit paardenwelzijn. Ze bekijken de wereld door de ogen van het paard en lossen problemen vanuit die invalshoek op. Ook leren ze kijken naar hun eigen emoties en balans. Op een reguliere manege zouden ze binnen tien lessen kunnen lichtrijden en galopperen, zoals ik destijds. In mijn lessen duurt dat langer. Maar de basis die ze daarmee opdoen is zo stabiel als maar mogelijk is. Naast het paardrijden ontwikkelen ze vaardigheden die ze in de rest van hun leven meenemen. Daar ben ik trots op!

Toen ik nog in de reguliere paardenwereld rondliep wist ik dat ik me daarvan moest losmaken. Door me te verdiepen in de paardentaal en paardenwelzijn stond ik een tijd alleen. Ineens was er een naam voor die nieuwe, alternatieve stroming: Natural Horsemanship. Ik ben erg blij met de kennis die me dat heeft opgelevert. Maar ik heb het gevoel  dat mijn reis nog niet ten einde is...