terug
 
Welzijn voor mens en paard

Mensenwelzijn bestaat bij Natuurlijk Paardleiden uit ontspanning, individuele aandacht, samenwerken, doen wat je kan en laten wat je spannend vindt, leren in je eigen tempo, jezelf mogen zijn.

Paardenwelzijn is nog steeds niet overal vanzelfsprekend. Het standpunt van Natuurlijk Paardleiden: de paarden leven en werken mét en voor ons; ze zijn ons niets verschuldigd. Het is ónze verantwoordelijkheid om de paarden zo paardwaardig mogelijk te laten leven. Dat wil zeggen dat Natuurlijk Paardleiden zoekt naar een manier van leven die zo dicht mogelijk aansluit bij de natuurlijke behoeften van een paard. Dat is, volgens Natuurlijk Paardleiden, de betekenis van natuurlijk: "aansluiten bij de aard van het paard" en niet "volgens de natuur": de manier waarop wij paarden houden en inzetten ten behoeve van mensen, is niet volgens de natuur. Immers,
de paarden kunnen zich niet voortplanten, geen eigen kudde samenstellen en niet gaan en staan waar ze willen. Ook kunnen ze niet bepalen wat, waar, hoe en wanneer ze eten. Wandelen aan een halster en bereden worden zijn aangeleerde vaardigheden ten behoeve van mensen. Evengoed kunnen we aansluiten bij de aard van het paard. Dat doen we op deze manieren:

Voerbeleid: Het voer en bijvoer wordt op verschillende tijden, plaatsen, manieren en hoogtes aangeboden voor de variatie. De paarden krijgen bijvoeding met zo min mogelijk suiker, granen en zetmeel, want dat is niet gezond voor paarden. Uiterlijk iedere vier uur krijgen ze hooi. Zo kan ik waarborgen dat ze niet te lang zonder eten staan in verband met maagzweren; daar zijn paarden gevoelig voor. 's Nachts is dat een uitdaging. Dat hebben we opgelost door middel van een apparaat met een timer ("eierwekker") die een doorgang open laat gaan, zodat er hooi beschikbaar komt: de Feed-X gate timer.

Omgevingsverrijking
: de paarden staan altijd buiten in een ruime paddock. Met  schuilstallen, zand- en betonnen paden, heuveltjes en andere obstakels, een droge ligplek en paddockverrijking. De paarden staan
in een vaste groep met vriendschappen en onderlinge duidelijkheid. Er zijn twee weilanden waar ze regelmatig de benen kunnen strekken. Dat kunnen ze in de paddock ook, maar het is altijd leuk om even flink te rennen en te bokken als je naar een andere plek "mag".

Lichaamstaal en stress-signalen lezen
: alle leerlingen, ook de allerjongsten, leren vanaf dag één de lichaamstaal en stress-signalen van een paard te (h)erkennen. We lezen zo goed mogelijk de lichaamstaal van de paarden en we laten merken aan de paarden dat we het belangrijk vinden dat ze ons laten weten wat ze (niet) nodig hebben of (niet) willen. Dit doen we door te reageren op hun lichaamstaal. Zo voorkomen we stress bij de paarden en zien we snel of er iets met ze aan de hand is, dat we moeten oplossen.

Autonomie: gaat over keuzes kunnen maken. Dat is heel belangrijk voor paarden die in een omgeving leven waarin ze weinig zelf kunnen bepalen, omdat de wereld nou eenmaal is ingericht voor mensen. Paarden zijn goed in staat om aan te geven of ze mee willen doen met de les, of ze een deken op willen of even geen vliegenmasker nodig hebben. Omdat de paarden weten dat we naar ze "luisteren", geven ze nog veel meer aan, zoals: "één van de paarden is niet fit, kun je even gaan kijken?" of: "we willen naar de wei, zet je de deur voor ons open?" Meestal doen ze dit door indringend naar één van ons te gaan staren, maar dat verschilt wel per paard: de oudste, meest ervaren, merrie gooit bijvoorbeeld een voerbak op de grond als ze het tijd vindt voor iets lekkers. En ons gastpaard Bahim schopt net zo lang tegen een paal, totdat iemand hem geeft wat hij wil. Als het maar werkt, toch?

Les-activiteiten: de paarden hebben een taak ten behoeve van mensen in de vorm van educatie, coaching, wandelen, grondwerk en rijden. Die taak mag niet koste gaan van hun welzijn; het moet juist een verrijking zijn. Tijdens een buitenrit bijvoorbeeld hebben de paarden een verandering van omgeving, ze kunnen de benen strekken en grassen/kruiden/blaadjes eten die niet in de wei staan.
Als de paarden bereden worden (dat is geen vanzelfsprekendheid), dan letten we op dat een ruiter niet te zwaar is voor dat paard (maximaal 13% van het normale lichaamsgewicht van het paard of pony) en we houden rekening met de omstandigheden zoals warmte, onweer, ijzel en vuurwerk. We rijden altijd zonder bit, sporen, zweep en hoefijzers. Als een paard het nodig heeft, dan gebruiken we wel hoefschoenen. Die kunnen na de buitenrit weer uit, namelijk. Paarden gaan altijd sámen naar buiten, want ze vertrouwen op elkaar voor hun veiligheid.
Clickertraining: in de dagelijkse praktijk betekent dit dat de paarden getraind worden op een positieve manier met voerbeloningen en met zo min mogelijk druk. Clickertraining, positieve bekrachtiging, Intrinzen en R+ zijn benamingen die hierbij horen. Ook tijdens deze trainingen ontkomen we niet volledig aan het gebruik van druk; we moeten eerst een "vraag stellen" om een antwoord te krijgen, die vervolgens beloond wordt, bij de kleinste poging. Deze manier van trainen maakt het mogelijk om paarden voor te bereiden op hun lestaak ten behoeve van lesklanten. En voor de omgang met de dierenarts, paardentandarts en hoefsmid, die ook regelmatig komen om de gezondheid van de paarden in de gaten te houden.